Dat Marco van dieren houdt, is geen geheim. Gelijk bij binnenkomst, zoekt de kat snel een veilige plek en kwetteren de vogeltjes er vrolijk op los. Oh en de ratten, ja die zijn tam en gelukkig veilig in hun kooi.
Niet alleen thuis wordt hij omringd door dieren. Ook op zijn werk. Bijna elke dag gaat hij op de fiets naar De Stadshoeve waar hij voor de dieren zorgt. “Ook één dag met de taxi. Dat komt omdat ik anderhalf jaar geleden een beroerte heb gehad. Ik probeer daarvan nog steeds te herstellen. Daarom is het belangrijk dat ik niet te veel tegelijk heb. Naast het werk zorg ik natuurlijk ook voor mijn eigen dieren en het huishouden moet ook worden gedaan.”
Beroerte
Marco is één van de eerste bewoners van de Frankhuizerallee en vindt het hier heel gezellig. “Je woont zelfstandig en kunt altijd terugvallen op begeleiding. Sinds mijn beroerte heb ik wat meer hulp nodig, dus het is ideaal dat er dan altijd begeleiding in de buurt is. Ik ben nog wel eens te moe. Het lukt niet om te veel op een dag te doen. Het is fijn dat de begeleiding zo goed is en dat ik er altijd terecht kan, maar ik kan ook nog heel veel zelf hoor.”
En dat blijkt maar als Marco vertelt over zijn eigen volkstuin in Westenholte. “Het is heerlijk om buiten te zijn en daar mijn eigen eten te verbouwen. Ik houd namelijk van veel variatie in eten én van koken. Dus dit komt heel goed uit. Ik kook meestal wel wat meer in één keer zodat ik het kan invriezen, maar zo heb ik elke dag wat lekkers.”
De coronaperiode was een aanslag op zijn sociale leven. “Mijn vader was heel ziek, daar kon ik niet naar toe. Dat vond ik heel moeilijk. Ik kon gelukkig wel naar zijn uitvaart, maar verder was ik aan huis gekluisterd.
Goudhamster
Zijn liefde voor dieren heeft hij van huis uit mee gekregen. Daarom was het ook zo passend om met het werk over te stappen naar de Stadshoeve. Daar heeft hij ook zijn huis op ingericht. “Ik vind het belangrijk dat het huiselijk en gezellig is. We hadden vroeger thuis al veel dieren; konijnen, kippen en er was een volière. In mijn borstzak nam ik altijd de goudhamster mee. Die ging overal mee naar toe.”
“Na de beroerte moest ik alles weer opnieuw leren. Toen dacht ik ook de volière voor in mijn appartement uit. Die heb ik stapje voor stapje opgebouwd. Normaal zou ik dat zo klaar hebben, maar nu duurde dat langer. Maar het is toch gelukt! Ik ben sowieso blij dat ik weer meer onbelemmerd mijn gang kan gaan. Vooral op bezoek gaan, dat heb ik het meest gemist.”